Weblog Lara van Kouterik
Zim in 2010 Ook de Zimbabwanen kijken uit naar het grote evenement, en hebben grote verwachtingen van wat er komen gaat. Helaas vooral valse verwachtingen… Want hoewel alle buurlanden hun graantje meepikken, lijkt Zimbabwe volledig buiten de boot te vallen. Geen team dat hier komt trainen, geen oranje supporter die een stop maakt in dit prachtige land, geen extra cent komt er binnen. Maar, zoals het een goed Zimbabwaan betaamt, blijven we hoopvol en lichtelijk naïef. Ondertussen wordt de voedselhulp gestaag uitgebreid, heerst er droogte en ligt de horror van honger door een mislukt maïsoogst op de loer. 2010, het magische jaar, is ook in Zimbabwe begonnen. Voor mij persoonlijk begon 2010 met een klein feestje met wat vrienden in Mutare. Een good old spelletjesavond, met champagne en zelfgemaakte oliebollen. Na middernacht met een groepje nog een kijkje genomen in het bruisende nachtleven van Mutare. En, nog steeds met een biertje in de hand, de eerste zon van het nieuwe jaar op zien komen boven de Bvumba Mountains vanaf ons balkonnetje. En zelfs nog een stukje van Jan Jaap’s oudejaarsconference meegepikt via satelliet televisie op nieuwjaarsdag. Het nieuwe jaar betekent het einde van mijn werk hier in Zimbabwe voor ICCO en de Stedenband Haarlem-Mutare. De laatste twee weken waren vooral gericht op afronding, rapporten schrijven en evaluatie. Afgelopen was mijn laatste werkdag, en gisteren vertrok mijn vliegtuig terug naar Nederland. Maar, ik zit hier nog steeds in mijn korte broek en T-shirtje in de Zimbabwaanse zomer, uitkijkend over de bergen en het kleine stadje Mutare. Het was nog niet mijn tijd om terug te gaan, er is hier nog teveel te doen. Mijn ticket is dus verzet, en voor het einde van maart zullen jullie mij nog niet zien. Sorry daarvoor. De afgelopen maanden zijn uitdagend en leerzaam geweest. Het werk voor de Stedenband heeft me veel geleerd over community based ontwikkelingssamenwerking, over werken met lokale autoriteiten, over mezelf en over Zimbabwe. De werkdagen wisselden zich af met intense vreugde en genot van wat ik aan het doen was, en frustratie en teleurstelling omdat dingen niet gaan zoals je wilt of verwacht. De tijd is razendsnel gegaan en Mutare is a ‘new home’ geworden. Want hoewel de dag dat ik hier aankwam gisteren lijkt te zijn, voel ik me hier thuis en heb het gevoel hier al jaren te zijn. 2010 betekend dus het einde van werken voor de Stedenband, maar nieuwe uitdagingen liggen te wachten! Afgelopen weekend ben ik samen met Rina op uitnodiging een weekend naar Tangande Tea estates geweest. Een grote theeplantage (ongeveer de grote van Gelderland) ten zuiden van Mutare. Op de plantage zijn zo’n 20 scholen. Tanganda heeft een Earn & Learn programme, waarin jongeren (vooral wezen) ’s ochtends thee plukken en ’s middags gratis naar school gaan. Een goede mogelijkheid om jongeren, die normaal vaak met school stoppen omdat ze geld moeten verdienen, in school te houden en toch de kans te geven geld te verdienen om hun familie te onderhouden. Hoewel de kinderen dus naar school gaan en educatie krijgen, zijn er toch veel problemen. Met name tienerzwangerschappen, underaged marriage, hiv/aids, abuse, etc. Daarom wil Tanganda een youth empowerment programma opzetten, waarin dit soort issues behandeld worden en waarin jongeren life skills training krijgen. Rina en ik gaan dit programma opzetten. Volgende week gaan we er een week heen om een needs assessment te doen. In deze week gaan we met zoveel mogelijk jongeren, leraren, schoolhoofden, klinieken, etc. praten om een beeld te krijgen van de problemen en de behoeften. Op basis daarvan stellen we een programma samen met training voor jongeren en docenten. Door middel van Peer Education, dramagroepen, muziek en andere trainingen proberen de jongeren life skills bij te brengen en te empoweren. Een leuke klus, waarin ik mijn ervaring binnen het THPP en Teach to Fish (in Zambia) kan gebruiken. Zimbabwe houdt mij dus nog wat langer in zijn greep. Samen met de Zimbabwanen hoop ik dat 2010 het jaar van verandering voor het land gaat worden, al ben ik daarin wat realistischer dan de meeste zimbo’s. Want reëel gezien wordt 2010 een jaar als alle anderen voor Zimbabwe. Er liggen nog geen grote (politieke) veranderingen in het vooruitzicht. Het land verkeerd in een status quo, waarin politiek leiders hand in hand naast elkaar staan, maar geen constructieve samenwerking bereiken. En waarin de economie een schijnstabiliteit vertoont, maar draait op buitenlandse valuta die maar heel gestaag het land binnenkomt. Grote stappen vooruit lijken er niet gezet te worden. Wanneer ik van Chipinge naar Mutare rijdt, zie ik overal distributiepunten voor voedselhulp. Van heinde en verre komen mensen met kruiwagens (of gewoon een sterk hoofd) aanzetten om hun deel van de zakken maïsmeel en coocking oil op te halen, terwijl de zon maar blijft schijnen en de regens uitblijven. De laatste regen is een maand geleden gevallen, en de droogte ligt op de loer. Thuis komt er alleen ’s nachts water uit de kraan, omdat er niet genoeg is om de hele stad te voorzien. Ondertussen wordt de gehele diamantvoorraad illegaal het land uit getransporteerd, wat enkele mensen heel rijk maakt, maar de rest van het land arm houdt. En worden nog steeds goed producerende farms op gewelddadige wijze bezet en overgenomen. 2010 mag dan misschien geen magisch jaar zijn voor Zimbabwe, in tegenstelling tot andere landen in de regio, Zimbabwe is zeker een magisch land op zichzelf. Een land waar ik graag nog een tijdje langer verblijf. Seks in Afrika Voordat ik naar Zimbabwe vertrok, volgde ik een eendaagse cursus over seksuele en relationele vorming voor jongeren bij de Rutgers Nisso Groep. Een verzameling docenten en jongerenwerkers bespraken de problemen en uitdagingen die zijn tegenkomen wanneer zij met jongeren over seks en seksualiteit praten. De belangrijkste uitdagingen die tijdens deze cursus besproken werden waren o.a. ‘breezerseks’, allochtone jongeren en hun seksuele moraal, mythen rondom het maagdenvlies en seksueel geweld via het internet. En ik zat daartussen als 'ontwikkelingswerkster' die naar een hiv/aids-project voor jongeren naar Zimbabwe wordt uitgezonden. Ik voelde me niet helemaal op mijn plaats, maar zat tegelijkertijd vol interesse en nieuwsgierigheid te luisteren naar de verhalen van mijn cursusgenoten. Dat gevoel van misplaatstheid lijkt, nu ik hier eenmaal werk, niet geheel onterecht. Seks in Afrika is anders dan seks in Nederland. Voorlichting over seks en seksualiteit hier heeft een totaal andere invulling dan de seksuele voorlichting die ik zelf kreeg in de tweede klas van de middelbare school. In Nederlands wordt seks gebracht als iets bijzonders en prettigs, in Afrika is seks gevaarlijk. Seks is eng, je wordt er ziek van, en dus kan je er maar beter niet aan beginnen, dat is de boodschap die hier verspreidt wordt onder jongeren. Onlangs zag ik, samen met een schoolklas vol jongeren, een Zuid-Afrikaanse film over hiv/aids en andere soa’s. Hoofdpersoon was een vadsige blanke Zuid-Afrikaan die langs Zuid-Afrikaanse scholen reisde om zijn boodschap over seks en aids over te brengen. En zijn boodschap was niet mild. Nee, jongens en meisjes; van seks krijg je enge ziektes. Zijn gruwel verhalen over nare seksueel overdraagbare infecties en de gevolgen van een hiv-infectie werden ondersteund door foto’s van etterende wonden, opgezwollen penissen en onherkenbare vagina’s. Zijn boodschap was duidelijk: seks, begin er niet aan. Dat de keuze om geen seks te hebben niet altijd zo vanzelfsprekend is, en dat er een behoorlijke dosis assertiviteit voor menig jongere voor nodig is om voet bij stuk te houden, werd daarbij volledig vergeten. Als er aan de Peer Educators van het hiv-preventie programma waarin ik werk gevraagd wordt wat de beste methoden van hiv-preventie is, dan roepen ze luid in koor “abstinence!”. Het volgende meest geliefde woord is: self control. Dat bijna elke peer educator seksueel actief is, lijkt daarbij van een ultieme ironie. Want hoewel bijna elke jongere moeiteloos op kan dreunen hoe hij/zij een hiv-infectie kan voorkomen, raakt nog steeds meer dan 25% van de jongeren jaarlijks geïnfecteerd met hiv. De ‘seks is eng en gevaarlijk’ boodschap lijkt, mijn inziens, volledig de plank mis te slaan. Want geen enkel meisje kan zich ermee wapenen tegen een opdringerig vriendje dat weigert een condoom om te doen. En de hormonen van een hitsige puber worden er niet mee in toom gehouden. En hoewel er hier ogenschijnlijk makkelijk over seks gepraat lijkt te worden, is het eigenlijk nog een van de grootste taboes. Het gesprek gaat nooit over wat er prettig, fijn of leuk kan zijn aan seks. En hoe je ook van seks met je geliefde kan genieten. Nee, seks is alleen de grote boosdoener van een ziekte die bijna een hele generatie in Afrika weggevaagd heeft. Om hiv-voorlichting en preventie effectief te laten zijn, is het belangrijkste dat er een gedragsverandering onder jongeren tot stand komt. Want je kunt nog zoveel informatie geven over soa’s en hiv, als jongeren de informatie niet in de praktijk brengen, zal al je inspanning weinig effect hebben.
En zo zat ik deze week met zes meiden de vragen van de spelkaarten te bediscussiëren. De meerderheid van de vragen blijken universeel te zijn, en net zo toepasbaar op het leven van Zimbabwaanse meiden als Nederlandse. Maar sommige onderwerpen die in Nederland actueel zijn, doen de wenkbrauwen van de meiden hier licht fronsen. De vraag: “did you ever had sex in front of a webcam?” roept grote vraagtekens op. Ten eerste: wat is een webcam? En ten tweede: “waarom zou je seks hebben voor een webcam?” Rustig probeer ik aan de meiden uit te leggen dat in Nederland bijna elke jongere een computer op haar kamer heeft (de meerderheid van de meiden aan wie ik dit vertel heeft nog nooit een computer aangeraakt), en dat jongeren veel met elkaar 'chatten' via het internet. En dat je als je chat ook met elkaar kan flirten. En dat het dus wel eens gebeurt dat een jongen aan een meisje vraagt om bijvoorbeeld haar topje uit te trekken. Met een schuchtere glimlach en een verbaasd gezicht horen de meiden mijn uitleg aan. Tssss… Rare meiden daar in Nederland, hoor ik ze denken.
In de categorie 'safe sex' gaat de overgrote meerderheid van de vragen over het gebruik van de pil en abortus. Abortus is illegaal in Zimbabwe, en wordt dus ook niet als een optie gezien als een tienermeisje zwanger wordt. Ik vraag aan de meiden of de pil voor hun makkelijk verkrijgbaar is. Ja, is het antwoord. Je kunt gewoon naar de apotheek om hem te halen, en het is zelfs redelijk goedkoop. Maar, de pil wordt je alleen geacht te gebruiken als je getrouwd bent. En als jong meisje is het dus taboe om hem te gebruiken. Wanneer ik aan het einde van de middag met een van de meiden terug naar de bus loop, vertelt ze me dat het gebruik van de pil inderdaad nog een groot taboe is. Maar dat veel jonge meiden hem stiekem gebruiken, zonder dat volwassenen daar achter mogen komen. Al met al valt er dus nog veel te bereiken op het gebied van seksuele voorlichting en de bestrijding van hiv/aids in Zimbabwe. Verontrustend is dat, na een lichte daling, het percentage hiv-geïnfecteerde weer wat lijkt te stijgen. Het op een andere manier benaderen van seksualiteit, en het doorbreken van taboes, lijkt mij een belangrijke stap in de bestrijding van de aidsepidemie. Het negatieve en 'gevaarlijke' stigma dat er op seks rust, zal moeten verdwijnen. Seks zal vanuit een meer open en persoonlijke manier benaderd moeten worden. Naar mijn mening speelt vrouwenemancipatie hier een belangrijke rol in. Want uiteindelijk zijn het de vrouwen die de verstandige beslissing maken en naar de toekomst kijken. Dus Afrikaanse dames… Steek die beha’s in brand en wees de baas in eigen buik! Time is contagious Mijn tijd hier in Zimbabwe gaat zo snel, dat ik het zelf soms niet eens meer bij kan houden. Het is alsof ik in een sneltrein zit die bij ieder station dat hij passeert zonder vaart te minderen doordendert. Deze week is de helft van de zes maanden al voorbij, en ik heb het gevoel dat ik pas net begonnen ben. Mijn excuses dan ook voor de lange radiostilte op deze blog. Het leven in Mutare wisselt zich af tussen werken met David en het Teen HIV Prevention Programme, werken met Keaven en de cultuursector, voetballen met Zimfellas op een veldje naast het theater, op mijn mountainbike over de heuvels crossen van meeting naar meeting, weekenden in Harare met Rina & The Zimfellas waar we genieten van hun livemuziek en het stadse leven, en avondjes op ons balkon met een biertje en goeie gesprekken. Met David werk ik samen in het Teen HIV Prevention Programme. Na een tweeweekse training in augustus, hebben we een goede groep van 25 jongeren bij elkaar die in verschillende jeugdcentra door de stad werken en hun leeftijdsgenoten informeren over hiv/aids, seksualiteit en andere gezondheidsissues. Dit doen zij door groepsdiscussies, spelletjes en counseling (maatschappelijk werk). Eind september waren we met het THPP aanwezig op de 2009 Manicaland Agricultural Show een soort beurs waar verschillende organisaties en bedrijven uit de omgeving zich presenteren. Met een grote witte tent en een soundsysteem dat meer dan de nodige decibellen produceerde, hebben de Peer Educators zich twee dagen lang ingezet om zoveel mogelijk jongeren te bereiken en met ze te praten over seks, relaties, soa’s en hiv/aids. Er werd gedanst, gediscussieerd, theater gespeeld, spelletjes gedaan en vooral heel veel lol gemaakt.
De afgelopen weken ben ik vooral erg druk geweest met werken in de cultuursector. Eind september heb ik een workshop over strategisch plannen aan verschillende artiestenassociaties (beeldend, fotografie, theater, etc.) gegeven. Artiesten iets leren over plannen, doelen stellen, SMART, en het maken van een logical framework (een ingewikkeld schema met doelen, resultaten, outputs, etc.) was niet makkelijk. Maar ik geloof dat mijn boodschap toch redelijk is aangekomen en dat de workshop erg gewaardeerd werd. Samen met Keaven (de coördinator) werk ik nu aan een strategisch plan waarin de doelen en activiteiten voor de cultuursector voor de komende vijf jaar worden vastgelegd. Verder werk ik samen met Annette met de Manicaland Performing Arts Association aan een evenement in december waar we alle artiesten in Mutare de kans geven om zichzelf te presenteren en de cultuursector een nieuw leven in te blazen. Want hoewel Mutare veel artiesten kent, is de sector als geheel nagenoeg ingestort. Natuurlijk is de moeilijke economische situatie in Zimbabwe daar een van de belangrijkste oorzaken van. Want zolang mensen moeten vechten om te overleven, is het maken en waarderen van kunst een luxueuze bezigheid. Na een werkdag staat er vaak een potje voetballen op het programma. Op een veldje naast het theater komen we samen met collega’s, artiesten en andere geïnteresseerden om een balletje te trappen. Laatst verplaatste dit hele evenement zich op een zondagmiddag van het veldje naast het theater naar de meest luxueuze golfbaan in de Bvumba Mountains. In onze zoektocht naar een plekje om te voetballen in de bergen, kwamen we terecht bij de grootste en mooiste golfbaan van Zimbabwe. Alle ‘Rhodies’ (blanken) waren net klaar met hun zondagse toernooitje. Na wat praten met een van de caddies, belanden we met onze bal midden op de baan, waar we gevoetbald hebben met het mooiste uitzicht en zonsondergang ooit. Harare, Harare, Harare! Zimbabwe’s levendige hoofdstad, waar ik de laatste maand heel wat tijd heb doorgebracht. Samen met Rina & The Zimfellas (een band uit Mutare van vriendin Rina) toeren we op en neer naar de hoofdstad voor live gigs. Met een auto volgepropt met gitaar, marimba (xylofoon) en Zimfellas rijden we regelmatig op en neer voor een weekend rock ’n roll. Harare heeft een bruisende live muziek scène, elke avond is er wel ergens een goeie band of meer traditionele muziek te zien en te horen.
Mijn leven hier in Zimbabwe gaat dus goed. Ik geniet volop van dit land, het werk, de lieve mensen, het mooie uitzicht in Mutare, het crossen op mijn mountainbike, de zon, en de Afrikaanse hitte. Zimbabwe is een bijzonder land, en ik voel me elke dag blij en gelukkig dat ik hier mag zijn. Want hoewel het leven voor veel mensen moeilijk is hier, blijft iedereen positief en hartverwarmend. Ik kan nog veel meer vertellen, maar weet bijna niet meer waar ik moet beginnen… Wist je dat: Ik zal proberen jullie niet weer zo lang op een volgende blog te laten wachten. Liefs uit een heet Mutare. Reading the Zim news This story covered the front page of ‘The Zimbabwean’ last week. The picture of the body is so horrifying, that his face has been pixellated. The seven suspect have been released from jail last Friday and no further enquiries into his murder has been made to date. They paid a $ 50 bail each, an amount that most suspected murderers would never be allowed to pay under the normal justice system. ‘The Zimbabwean’, a voice for the voiceless, doesn’t bring a lot of good news this week. After reading the horrifying story on the cover, I turn over the page and read how the Finance Minister warns Zimbabwe for an upcoming military coup. After the death of Zimbabwe’s vice-president three weeks ago, a power struggle within the Zanu-PF over his succession has started. A job that brings the candidate a step closer to the job of succeeding the current president. “Failure by the party to resolve the issue of succession of the party leader could plunge Zimbabwe into a Somalia-type anarchy, with military coups the only means to acquire power”, warns the Minister. I hope he is wrong… ‘500 died in 2008 violence’ headlines the next article that catches my eye. After investigation, the MDC says a new compilation of victims of 2008 post-election violence shows as many as 500 of its members lost their lives during that turbulent period (in which its leader fled into the Dutch Embassy). I turn over the page. It pictures a photo of a Zimbabwe Airlines aircraft, ‘Air Zim flat broke’ it captions. The article explains how Air Zimbabwe is saddled with a $28 million debt, and how it is unable to maintain its aircrafts, pay its workers and buy fuel. ‘The airline, seen widely as emblematic of the country’s national failure, has been run down by extended periods of mismanagement and lack of capital.’ The fact that Zimbabwe’s political leaders commandeer planes from time to time, to go shopping with their wives in Paris or London, has also contributed to its decline. The status of the airline is a perfect projection of the dysfunctional rule over the past 29 years and a crumbling and crippled economy of the country. Fortunately the next article headlines “New Airline to start next month”.
Zimbabwe’s suffering hasn’t come to an end yet. Although the supermarkets are full again, life in Zimbabwe remains hard. The society is divided between those who have access to hard currency to buy food and those who do not. “Zimbabwe is like a dusty old kaleidoscope; every time you shake it the picture changes” as a female journalist expresses it. Currently the shelves are bursting with food, mainly imported from South Africa. And although most prices are still ridiculously high, most products are at least available for those who can afford. This week most prices even went down, a pack of toilet tissues doesn’t cost $6 anymore, but only $3. This is still a lot when you realise that a teacher of civil servant only earns $100 a month. Most products (coffee, honey, chocolate, canned tuna, milk, cereals, etc.) that we bought in Mozambique a couple weeks ago and imported to Mutare, are now also available in the Zimbabwean supermarkets.
Shoppen in Mozambique Bij de Mozambiquaanse grens worden we verwelkomd door een douanebeambte met een grappig brilletje dat scheef op zijn neus staat. Gewillig neemt hij de 50 dollar in ontvangst voor onze visa, en neemt onze paspoorten in. Hij legt ze op een grote stapel neer, bij een mannetje die stempels zet alsof zijn leven ervan afhangt. Terwijl onze paspoorten van stapel naar stapel gaan en telkens een nieuwe stempel krijgen, maakt de man met de scheve bril een praatje met me. Ik vertel dat we in Mutare werken en even op vakantie naar Beira gaan. Hij adviseert me om niet naar Beira te gaan, maar naar Inhasorro, een tropische badplaats veel verder naar het Zuiden. Het is daar prachtig!, zegt hij. Zelf blijkt hij er nog nooit geweest te zijn, maar wij moeten er echt naartoe, “because all whites are going there on holiday!”. Wij houden het toch maar op Beira. Een uur, en heel veel stempels, later hebben we eindelijk onze paspoorten terug en zetten we onze reis naar de kust voort. Afdalend uit de bergen begint het langzaam warmer te worden. Na een uurtje rijden in een chappa (minibusje) komen we aan in Chimoio. Negen maanden geleden was ik hier ook, toen verbleef ik hier in een hostel dat volledig roze was geschilderd, en ondernam ik een eenzame tocht de bergen in. Nu komen we niet verder dan het busstation, waar we meteen een bus richting Beira pakken. De overvolle bus (op het moment dat ik dacht dat hij echt vol was kwamen er nog minstens vijf mensen bij), rijdt gestaag door het steeds vlakker wordende landschap. Onderweg zien we niets anders dan kleine dorpjes bestaand uit lemen hutjes, verzameld onder grote mangobomen. Net voordat het donker wordt rijden we Beira binnen. Op het eerste gezicht een lelijke havenstad. We zijn de bus nog niet uit, of iemand zit al met zijn hand in Annette haar tas. Gelukkig zat er niet meer in dan een handdoek en een Vrij Nederland, maar toch. Welkom in Beira. Bij een soort van telefooncel (een telefoon op een tafeltje langs de kant van de weg) bel ik Ethjel op. Zij (de zus van Margriet) werkt voor VSO in Beira, en we kunnen bij haar verblijven. Ze stuurt een taxi naar ons toe om ons op te pikken. We wachten rustig op het busstation. Het valt me op hoeveel meer straathandel er hier is dan in Zimbabwe. De kraampjes met producten die variëren van goedkoop chinees plastic speelgoed, sigaretten en nagellak tot illegale dvd’s, die zo kenmerkend zijn voor het straatbeeld in veel Afrikaanse landen, ontbreken in Zimbabwe volledig, om de simpele reden dat die producten gewoon niet verkrijgbaar zijn. Het appartement van Ethjel kijkt uit over zee. Er staat een opgemaakt bed voor ons klaar. Wat een welkom, geweldig! Na het stof van de reis van ons afgespoeld te hebben, duiken we de zaterdagavond van Beira in. We eten in een heerlijk restaurant en gaan naar een bar aan zee. Bij de bar is een podium neergezet, waar zich een zorgvuldig geselecteerd entertainment programma afspeelt. Het begint met een band die 80’s & 90’s rockklassiekers ten gehore brengt. Metallica, 4 Non Blonds, Guns ‘n Roses, alles komt voorbij, helaas niet altijd even zuiver. Een traditionele dansgroep probeert een wat meer Afrikaans karakter aan de avond te geven, maar het geschud van de billen weet het publiek niet echt enthousiast te maken. Ook de finalist van de Mozambiquaanse versie van Idols krijgt het publiek niet los. Wellicht komt dat doordat hij alles playbackt… Pas wanneer de host van de avond vijf stoelen in een kringetje zet en vier mannen uit het publiek haalt, komt de sfeer er echt in. Mozambique gaat los bij een stoelendans!! Haha, Annette en ik liggen in een deuk en moedigen de mannen enthousiast aan. Op zondag neemt Ethjel ons mee naar wat haar moeder het ‘bounty eiland’ noemt. Dit mooie stukje kust ligt zo’n uur rijden boven Beira. We hobbelen over een zandpad langs rijstvelden en bananenbomen. Aan het einde van de weg parkeren we onze auto en stappen in een klein houten bootje, dat ons naar een tropisch oord brengt. Omringt door palmbomen genieten we van de zon, de zee en het strand. Een goede afwisseling op het leven in de bergen van Zimbabwe! |
GezondheidszorgVan Juli 2009 tot Januari 2010 word ik uitgezonden als Young Professional via ontwikkelingsorganisatie ICCO en de Stedenband Haarlem-Mutare naar Zimbabwe. In de Oostelijke Hooglanden van wat ooit "de graanschuur van Afrika" was, begeleid ik lokale coördinatoren van de Stedenband en de gemeente Mutare in het verder professionaliseren van de Gezondheid en Cultuur programma's. Ik richt mij met name op het verbeteren van Planning, Monitoring en Evaluatie systemen. Als jonge ontwikkelingswerkster ben ik erg gedreven en enthousiast om mijn kennis over te dragen en me in te zetten voor armoedebestrijding.
Op naar Zimbabwe Shaking hands De volgende ochtend stinken we nog naar kampvuur. We bellen het vliegveld, gelukkig is onze bagage die nacht aangekomen, en we kunnen we die op komen halen. De douanebeambte doet nog een laffe poging om ons invoerrechten te laten betalen voor de fietsten. Maar als ik met mijn alleraardigste glimlach op zeg dat de fietsen echt al héél oud zijn, laat hij ons morrend gaan. Als alles is ingeladen in de bus van de Stedenband (uit Nederland, dus met het stuur aan de verkeerde kant), kan de rit naar Mutare beginnen. Na drie uur rijden gaan we de Christmas Pass over. Vanaf dit punt zien we de stad Mutare uitgestrekt onder ons liggen. Omringt door statige heuvels, ligt het stadje er beschermd bij. De bergen af slingerend komen we langzaam in het centrum van Mutare. Cees rijdt meteen de hele stad met ons door, en laat ons alle belangrijke plekken zien. Dan zetten we koers richting Malborough Court, ons onderkomen voor het komende half jaar. Het is een schattig flatje, dat vanaf een heuveltje uitkijkt over de stad. Bij binnenkomst valt meteen de grote woonkamer, en het leuke balkonnetje op. Hier kunnen we wel een leuk huisje van maken! ’s Avonds richten we onze kamers in koken we ons eerste maaltje in onze mooie blauwe keuken. De volgende ochtend staat David voor de deur. Hij is de coördinator voor gezondheidszorg, en met hem zal ik de komende maanden nauw samenwerken. Met een vrolijk hoofd stapt hij het huisje in. Ik vind het meteen een sympathieke gast. Op ons fietsje vertrekken we voor de tour door de stad, met David als onze gids. We cruisen wat door het centrum, en David laat ons de plekjes zien om koffie te drinken en boodschappen te doen. De laatste stop van de dag is het huis van Joseph, de sportcoördinator voor de Stedenband. Hij woont in een redelijk groot huis, met zijn vrouw, ouders en kinderen. Ook hier worden we weer warm onthaald. Keaven, de cultuurcoördinator is er ook, en zo hebben we het clubje van Stedenbandcoördinatoren bijna compleet. Ook hier toont de tv weer een worstelwedstrijd. Joseph’s moeder vindt haar blanke bezoek machtig interessant. Vol trots laat ze de wc in het huis zien. Een echte wc-pot, die ook nog eens doorspoelt, is een luxe en dus iets om trots op te zijn. De rest van de middag hangen we bij Joseph op de bank. We krijgen koffie, wijn en eten voorgeschoteld en grappen wat met de jongens. Het is een leuk clubje bij elkaar. Wanneer het bijna donker wordt is het tijd om weer op ons fietsje te stappen. Bij het afscheid nemen vraagt oma nog of we toch echt niet willen blijven slapen. Op maandag moet er gewerkt worden! En dus staat David alweer vroeg voor onze deur. Vandaag staat er een ronde langs de burgermeester en alle belangrijke mensen binnen de gemeente Mutare op het programma. In het stadhuis staan Keaven en Cees al op ons te wachten. Als eerste maken we kennis met de Town Clerk, een Zanu-PF-er. Hij neemt ons mee naar de blanke burgermeester van Mutare. Deze kleine man verschuilt zich in een te groot streepjespak achter een statig bureau (zonder computer). Na het uitwisselen van beleefdheden stellen we onszelf kort voor. De burgermeester toont zich erg verheugd met onze komst. Het lijkt me een aardige man. Na alle officiële handenschudderij, is het tijd om aan het huishouden te werken! Onze keukenkastje zijn nog leeg, en beddengoed ontbreekt ook nog. Dus struinen we de hele stad door, welgeteld één hoofdstraat, op zoek naar bestek, lakens, pannen, theedoeken, etc. We zijn er een paar uur zoet mee, maar uiteindelijk hebben we alles gevonden. Het huisje begin nu echt gezellig te worden! Ik heb kijk uit naar de komende zes maanden, en ben erg benieuwd wat die me gaan brengen. Ik weet zeker dat ik me hier helemaal thuis ga voelen. Het huisje voelt al echt als ‘ons huisje’ en de stad Mutare is vriendelijk en toegankelijk. De rest van deze week zal nog vooral in het teken staan van kennis maken en vragen stellen. Morgen neemt David ons weer mee op sleeptouw langs alle community centre’s in de townships. De rest van de week zullen we ook het Cultuurprogramma verkennen en een overleg tussen alle coördinatoren bijwonen. Mutare here we are! Hoop in Zimbabwe De glimmend betegelde muren van Harare National Airport, met boven de uitgang een statig portret van Meneer de President, geven me in eerste instantie licht kippenvel wanneer ik voet zet op Zimbabwaanse bodem. Het voelt alsof ik het 'hol van de leeuw' betreed. De waarschuwende adviezen, die ik tijdens de voorbereiding van deze uitzending van alle kanten meekreeg, spelen zich als een versnelde film door mijn hoofd af. De douane officier blijkt gelukkig geen enge man te zijn. Hij praat liever over voetbal dan me uitgebreid aan de tand te voelen over de reden van mijn bezoek aan Zim. Als ik een half uurtje later het vliegveld uitstap, waait de Afrikaanse winterwind me fris in het gezicht. 'Welcome to Zimbabwe', lees ik op een scheef en vervallen bord. Een paar dagen later breekt de eerste werkdag in Mutare aan. Op het programma staat een rondgang langs belangrijke gemeenteambtenaren, en als klap op de vuurpijl, een ontmoeting met de burgermeester. Met een delegatie mensen die voor de Stedenband Haarlem-Mutare werkzaam zijn, nemen we plaats in koude, kleine kantoortjes en schudden we handen met vriendelijke mannen. Bij elke ontmoeting klinkt een zelfde zinnetje. “You have come at the right time. At least our supermarkets are full now.” Ik herinner me een foto in de krant van een aantal maanden geleden. Het beeld toonde lege schappen in een supermarkt. Het onderschrift duidde op de snelle devaluatie van de Zimbabwaanse dollar en de schaarste die dat tot gevolg had. Sinds april dit jaar is echter de Amerikaanse dollar als Nationale munteenheid ingevoerd. Hierdoor beginnen de supermarkten weer langzaam vol te raken. Alles is verkrijgbaar, voor wie geld heeft tenminste. Af en toe vind je nog een biljet van 300 triljoen Zimdollars verloren op straat liggen. Veel meer dan er een vliegtuigje van vouwen kan je er niet mee. Door de dollarisation is er weer hoop bij de Zimbabwaanse bevolking ontstaan. Het vullen van de supermarkten is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Scholen zijn weer open, na maanden dicht te zijn geweest. En men hoeft geen dag meer in de rij te staan om aan een brood te komen. Dit weekend organiseerde het sportproject van de Stedenband Haarlem-Mutare een Multi-sports fesitval. Twee dagen lang stond een sportieve strijd tussen jonge basketballers, voetballers, atleten en volleyballers centraal. De politieke en economische strijd waarin het land is verwikkeld stond even volledig op de achtergrond. De versnelde film van waarschuwingen en heftige krantenberichten die zich een week geleden nog in mijn hoofd afspeelde, was ook bij mij volledig verdwenen vandaag. Ik zag puberende tieners zich uit het zweet werken om de beste te zijn en de meisjes langs de kant te imponeren!
Zimbabwe is er nog niet lang niet. Het land dat ooit de graanschuur van Afrika was, heeft nog een lange weg van wederopbouw te gaan. Maar met een hoopvolle bevolking, politiek verandering en steun van de internationale gemeenschap, kan dit prachtige land opkrabbelen uit het diepe dal. Shakespeare in Afrika Annette heeft de afgelopen week op verzoek een keer gerepeteerd met de meiden van Mutare Girls High. Het was pas de tweede repetitie, met nog een paar dagen te gaan voor de wedstrijd. De meiden hebben gekozen voor de scène uit Macbeth waarin de heksen voorspellen dat Macbeth koning zal worden. Een scène die tot de verbeelding spreekt. Het blijkt dan ook dat ze niet de enige zijn die dit stuk gekozen hebben. Bijna alle scholen spelen de heksen en Macbeth, waardoor het meer op een Macbeth dan een Shakespeare Jamboree lijkt.
Op vrijdagmiddag vertrekken we met het busje van de Stedenband vol kinderen naar Hill Crest High school. Langzaam slingeren we de Christmas Pass over, de toegangsweg die het dal waarin Mutare ligt verbindt met de andere kant van de bergen. Na een half uurtje rijden door het prachtige landschap komen we aan bij Hill Crest. Een privé-school die ‘in the middle of nowhere’ ligt. Voordat we bij het hoofdgebouw komen, rijden we eerst lang tientallen cricket, hockey en rugbyvelden. De Engelse sporten zitten er hier nog altijd in… Ik waan me even in koloniale tijden, als ik de het terrein van de school opkom. Kinderen in keurige uniformen, inclusief spierwitte kniekousen en zonnehoedjes zwermen over het terrein. Op een van de sportvelden speelt een groep jongens een hockeywedstrijd. Ooit moeten er hier vooral blanke kinderen op school hebben gezeten. Nu die allemaal weg zijn, zijn het de rijkere zwarte Zimbabwanen die hun kinderen naar privé-scholen als deze sturen. Het oud-Engelse koloniale karakter ademt nog uit alle hoeken. Een Shakespeare toneelwedstrijd past daar goed bij. Met open mond zit ik het de eerste tien minuten om me heen te kijken. Ik bevind me in een amfitheater, omringt door tieners in de keuriger uniformpjes. Voor me, op het toneel, speelt de ene groep na de ander scènes uit Macbeth. “Fair is foul, and foul is fair: Hover through the fog and filthy air” klinkt in tientallen verschillende versies vanaf het podium.
Dan is het de beurt aan Mutare Girls High, de groep waarmee Annette gerepeteerd heeft. De heksen hebben een echte heksenlach, en het meisje dat Macbeth speelt probeert uit alle macht een mannelijke stem op te zetten. Ze krijgen het publiek op hun hand, en krijgen luid gejoel en geklap. Aan het einde van de scène gaan de drie heksen ineens op een rijtje staan. Iemand drukt op ‘play’ en ineens schalt Michael Jackson’s Thriller luid over het terrein. De heksen doen een korte moonwalk en sprinten onder luid applaus het podium af. Ik lig in een deuk. Wat geweldig! “Heb jij ze dat geleerd?”, vraag ik aan Annette. “Nee”, zegt ze. “Ik zei alleen dat ze iets moesten doen dat ze zelf heel leuk vinden. Om het wat smeuïger te maken”. Ik ben nu al fan van Mutare Girls High! Na een vermakelijke middag, dalen we weer af, met het busje vol kinderen, naar Mutare. De tieners gaan weer terug naar hun kleine donkere huisje in de townships. Ze eten hun Sadza (maïsmeelpap), kijken naar Zuid-Afrikaanse soaps en dromen ’s nachts over het rijke Engeland waar ooit een groot schrijver in een onbegrijpelijke taal toneelstukken schreef. En nu maar hopen dat we winnen! Corrupte Cake Een van de doelen van mijn werk hier in Mutare is het onafhankelijk maken van het Teen HIV Prevention Programme (THPP), dat door de Stedenband wordt gefinancierd. Het programma valt nu nog onder de gemeente Mutare. THPP bestaat uit een groep van 50 jongeren die als Peer Health Educator in de jeugdcentra van de verschillende townships werken. Tijdens de activiteiten die in de jeugdcentra worden georganiseerd (schaken, tafeltennis, groepsdiscussies, etc.) geven de Peer Educators voorlichting over hiv/aids, seksualiteit en andere reproductieve gezondheid onderwerpen. Vanuit de Gemeente Mutare wordt het programma geleid door Sister M., een zuster die met haar lange rok en bemoederende blik de jongeren van het project in het gareel probeert te houden. De Stedenband heeft sinds twee jaar een eigen coördinator op het programma, David. David is 23 en was ooit zelf een Peer Educator (hij heeft intussen twee kinderen bij twee verschillende vrouwen, dus je zou je af kunnen vragen hoe goed de boodschap is aangekomen. Maar dat terzijde). Het verschil in belevingswereld tussen Sister M. en David is groot. De verschillen in hun werkwijze en ideeën over het programma nog groter. Het THPP wordt op dit moment volledig gefinancierd door de Stedenband. Omdat het programma onderdeel in van de lokale overheid, wil geen andere donor er geld aan kwijt. De meeste NGOs hebben immers nog steeds het beleid dat ze niet met de overheid van Zimbabwe samenwerken. Wat geheel niet onterecht is. De enige manier voor het THPP om duurzaam te blijven, en dus niet van één geldschieter afhankelijk te zijn, is om onafhankelijk van de lokale overheid te worden. En dus zijn er kort geleden onderhandelingen ingezet met de directeur van het Health Department van de gemeente, Mr. M. Mr. M is een grote vadsige man met lichtgrijs haar dat afsteekt bij zijn gitzwarte huid. Hij heeft een groot kantoor in het gemeentehuis, dat vol ligt met stapels dossiermappen, en waar een oude kaart van Nederland aan de muur prijkt. Vast ooit een cadeautje geweest van de Stedenband. Op zijn bureau staat een oude computer, waarvan ik me afvraag of hij überhaupt weet hoe hij die moet bedienen. Mr. M. leunt tevreden achterover in zijn grote bureaustoel en neemt af en toe één van de twee telefoon op die naast hem op een apart tafeltje staan. Mr. M. heeft een tijdje geleden ingestemd met het idee om het THPP onafhankelijk te maken. David heeft een prachtig Memorandum of Understanding geschreven, waarin de nieuwe structuur van het THPP wordt uitgelegd en rollen en verantwoordelijkheden worden vastgesteld. Deze week hadden we een afspraak met Mr. M. om het document de bespreken en een definitief fiat te krijgen om door te gaan met het proces van verzelfstandiging. Met een delegatie van vier stappen we vol goede moed het kantoor van Mr. M binnen. Deze zit met zijn ronde buik naar voren gestoken achteroverleunend in zijn stoel. Er staan een aantal mensen voor zijn bureau, die we uitgebreid de hand schudden. Mr. M stelt ons vol trots voor als Haarlemmers "whom we have a very close friendship with". Na de handenschudderij worden de anderen het kantoor uitgesommeerd en gebiedt hij ons te gaan zitten op de stoelen die op een rijtje voor zijn grote bureau staan. Als een stel kleine kinderen dat voor straf bij het schoolhoofd moet komen zitten we op een rijtje. Met een licht smakkend geluid en een afwachtende blik kijkt Mr. M. ons aan. Eén van ons legt de reden van ons bezoek uit en verwijst naar het Memorandum of Understanding. "Oh yes, that document" mompelt Mr. M. en vist een aantal velletjes papier onder een grote stapel vandaan. Meteen gaat hij in de aanval aan en begint aan een reeks van vragen. Vragen die totaal niet relevant lijken, zeker niet als je het document hebt gelezen. Maar dat heeft Mr. M dus duidelijk niet. Keer op keer verzint hij nieuwe bezwaren tegen de verzelfstandiging van het THPP. Ondertussen vraag ik me af of hij überhaupt wel een idee heeft wat het THPP inhoudt, en of hij ooit een Peer Educator heeft ontmoet. Mijn collega's schieten in de verdediging en geven keurig antwoord op de irrelevante vragen van Mr. M. Als de discussie op zijn hoogtepunt lijkt te zijn, zwaait de deur ineens open. Een schuchter mannetje in blauwe overall sluipt binnen met een dienblad vol thee. Het dienblad wordt op het bureau gezet, boven op de stapels (belangrijke) papieren. Vanaf dat moment is Mr. M. zijn interesse voor het gesprek kwijt, en concentreert hij zich op het inschenken van de thee. Thee is belangrijk voor Zimbabwanen, voor Afrikanen in het algemeen eigenlijk. Zoals wij elke vergadering beginnen met koffie, zo hoort thee bij een meeting in Zimbabwe. Het liefst met zoete koekjes erbij. Een Afrikaan drinkt zijn thee niet zoals wij, met eventueel een klontje suiker. Nee, een Afrikaan schenkt een beetje thee in zijn kopje, en vult dat vervolgens aan met eens sloot melk. Vervolgens gaat er een hoeveelheid suiker in, die mij elke keer weer met mijn ogen doet knipperen. De tanden vallen al uit mijn mond als ik ernaar kijk. Geen één of twee schepjes. Nee, minstens vier of vijf. Een collega in Zambia zei altijd: "I would like some tea with my sugar..." Maar goed. Mr. M. heeft iedereen voorzien van thee. De verbaasde blik die hij kreeg toen ik melk en suiker weigerde en vertelde dat ik mijn thee liever zwart drink, is intussen van zijn gezicht. Nu iedereen tevreden is gesteld met zijn kopje thee, kunnen de echte onderhandelingen beginnen, denk ik. Ik ga wat rechter op zitten en ben er helemaal klaar voor. Op dat moment doet Mr. M. het kastje onder zijn bureau open. Je zou verwachten dat een belangrijk bestuurder als Mr. M. daar belangrijke dossiers en rapporten heeft liggen. Maar Mr. M. niet. Hij duikt het kastje in. Ik hoor wat gerommel en gekreun. Met een triomfantelijke blik haalt Mr. M. een gigantische cake, op een keurig zilveren schaal, tevoorschijn. "I got this last week from Mrs. X" roept hij trots. Mrs. X wilde vast iets gedaan krijgen van Mr. M., schiet er door mijn hoofd. Ik kan mijn lach nog net inhouden. Met een dirigerende stem stuurt hij David het kantoor uit om opzoek te gaan naar een mes. Een paar minuten komt David terug met een groot mes. Met een verlekkerde blik steekt Mr. M. het mes in de cake en snijdt grote stukken af. Hij presenteert mij als eerste een stukje. Ik pak dankbaar een stukje van de schaal. Nog net op tijd, voordat ik de lekkernij in mijn mond stop, ontdek ik de grote groene schimmenplek. Gatver! Als Mr. M. even niet kijkt pak ik snel het mes en snij de grote schimmelplek van de cake af. Het kleine stukje dat overblijft peuzel ik langzaam en beleefd op. De cake is droog, en de rozijnen die erin zitten zuur. Ik heb nog nooit zo'n vieze cake gehad, en vraag me af of dat aan de bakkunsten van Mrs. X. ligt, of aan het feit dat de cake al een week oud is. Als ik opkijk zie ik Mr. M. weer achterover geleund zitten in zijn stoel. Het laatste stuk schimmel verdwijnt net in zijn mond. De kruimels vallen over zijn dikke buik. Smakkend verorberd Mr. M. het ene na het anders stuk beschimmelde cake. " Take some more!", gebiedt hij mij. Beleefd sla ik zijn aanbod af. Van de onderhandelingen komt niets terecht. Met Mr. M. valt niet fatsoenlijk te praten vandaag. We spreken af dat we een nieuw document schrijven, waarin we alle irrelevante vragen van Mr. M zullen beantwoorden. Binnenkort zullen we een nieuwe meeting hebben. Als we het kantoor uitlopen fluister ik in Davids oor: "Next time I will bake a Dutch apple pie to convince him". David grinnikt. Een onschuldige vorm van corruptie, zo lijkt mij.
|








