weblog Annette de Ruiter
Heet en bruut De verhalen van lange herfstavonden in de Nederlandse kroegen met rode wijn en spelletjes doen me beseffen dat het uitgaansleven in Nederland met de seizoenen mee verandert. Alhoewel de seizoenen hier hevig aan het verschuiven zijn, de hitte me nu echt in zijn greep krijgt en de eerste tropische buien zijn gevallen, is het uitgaansleven hier niet veranderd. Regen of zon, winter of zomer, in de Mutarese uitgaansgelegenheden is het altijd ‘heet’. Dansen De alcohol Vrouwen De wc Agressie Drink and drive De nacht brengt een compleet ander Mutare dan de dag. Het vaak enigszins verlegen ‘hi how are you’, als je eigenlijk al bent gepasseerd, en het praatje op iedere straathoek, maakt plaats voor hete nachten en onbezonnen bruutheid. Zo uiteenlopend de dag en de nacht in Mutare, zo uiteenlopend zijn Mutare en de weekendjes in de hoofdstad Harare. Want Zimbabwe heeft ook openluchttheater en ‘dinnerparties’ en zelfs een verdwaalde hippe dure tent. Maar niet in Mutare. Maar altijd ben ik blij na een paar dagen Harare weer naar mijn klein fijn Mutare terug te keren. Bruut en heet, verlegen en vriendelijk. Paarse blaadjes Mutare
Maar aangekomen bij het theater besef ik weer eens dat ‘laat’ niet bestaat. Ik zetel me op het muurtje bij de artiesteningang. Acteurs slenteren en druppelen binnen. Ik klets nog wat aan met een van drie beheerders. Alledrie zijn ze dagelijks in het theater te vinden en ze zorgen er voor dat Courtauld echt als mijn tweede huis aanvoelt. Mr friendly is 64 heeft twinkelende oogjes en vertelt me af en toe hoe het was. Vroeger. Toen het theater nog open was. Toen er nog blanken waren. Toen er nog voorstellingen gespeeld werden. Toen Zimbabwe nog een rijk land was. Toen. Toen is nog niet zo lang geleden zegt hij dan en hij gaat weer ergens op een bankje zitten of een ‘ronde’ doen. Of Pati en Simon. Twee broers die met hun gezin in een van de kleedkamers wonen. Pati schildert af en toe een raamkozijn (als er geld is voor verf). Zo niet, ligt hij of backstage op de bank of kijkt hij naar mijn training. Simon werkte vroeger achter de bar en nu... Tsja wat doet hij eigenlijk? Soms komt hij een van zijn kinderen halen. Zij bespelen Courtauld theatre als één grote speeltuin. Meestal zoekt hij Theresa van 7 jaar, een geboren actrice. Als ik les sta te geven is ze er af en toe in eens. Ze pakt midden tijdens de sessie mijn hand vast of staat eens ergens in een hoekje stilletjes scènes na te spelen.
Kinderen die ergens zitten te spelen in een hoekje van het theater of in een doek op de rug van hun moeder vastgeknoopt zitten zijn overigens geen uitzondering. ‘Kinderopvang’ is een Westers begrip. Om een uur of vier of vijf stop ik met mijn sessie. Ik geef iedereen een dollar voor transportkosten om weer naar huis te komen. Ik benadruk nog dat we volgende week graag weer een keer op tijd moeten beginnen en liefst echt met iedereen. Iedereen schudt elkaar weer de hand en vertrekt weer met stampvolle minibusjes naar communities buiten Mutare. Ik zetel me weer in het zonnetje en begin weer met wachten. Dit keer op vrienden. Als we met genoeg zijn beginnen we een potje voetbal op het veldje naast het theater. Als de lucht donkerblauw wordt en mijn hoofd rood, is het tijd om weer aan mijn wandelingetje naar huis te beginnen. De vrouwen zijn al vertrokken. De kinderen zijn er nog altijd. Vandaag vroegen ze me weer eens om een ‘toy’. Mijn voorgangers hebben de kinderen speelgoed gegeven en dus verwachten ze dit van deze white friend ook. ‘Ik heb geen toys, echt niet’. Ik denk aan de jacaranda en ik daag ze uit voor een potje paarse blaadjes vangen. Weer gillen. Ik vang blij als een kind de paarse blaadjes op en vraag me af of er mooier speelgoed op de wereld bestaat dan deze grote paarse boom. Tijgervelletjes en Shakespeare Mijn eerste maand is dus bedoeld om de theatergroepen en –projecten te (be)zoeken. Zimbabwe heeft zware tijden beleefd. Er is weer hoop, maar een en ander heeft inderdaad zijn sporen achter gelaten. Een aantal groepen zijn tot nu toe simpelweg onvindbaar, bestaan op dit moment alleen nog bij naam of zijn opgeheven. Het grote tekort aan financiële middelen in Zimbabwe speelt ze parten. Je kunt simpelweg niet meer leven van theater maken. Theaterbezoek is een luxe die je jezelf in deze tijden niet veroorlooft; niemand heeft geld voor een theaterkaartje. Daarnaast heeft het grootste gedeelte van de rijkere blanke bevolking het land verlaten. Het klassiek Engelse Courtauld Theatre dat naast mijn huis staat is om deze redenen buiten gebruik geraakt. Maar ook in de communities buiten het centrum van de stad (waar geen of heel weinig entree voor voorstellingen wordt gevraagd) is niet veel theater meer te zien in de ooit hiervoor bestemde gebouwen en pleinen. De prachtige gebouwen herinneren vooral aan andere tijden. Niet geheel onverwacht zijn kunst en cultuur geen speerpunten van deze regering. Kunst- en cultuursubsidies in Zimbabwe zijn dan ook schaars. Er is maar één cultuurfonds. Dit fonds steunt met name groepen uit de hoofdstad Harare of bijvoorbeeld traditionele dansprogramma’s, maar zeker geen kritische vooruitstrevende theatergroepen. Het gevolg van de beperkte financiële mogelijkheden is dat er steeds meer op vraagbasis gewerkt wordt. Bedrijven en scholen geven opdrachten die theatermakers uitvoeren. Ruimte voor ontwikkeling van nieuwe werk, experiment of überhaupt eigen ideeën is er bijna niet. Dus gaat het hier vaak als volgt: Bedrijf A heeft een voorstelling nodig over hiv-preventie nodig omdat het verloop in medewerkers wegens ziekte te groot is. Groep B gaat aan de slag en presenteert de voorstelling in de lunchpauze aan de medewerkers. Of, school X wil een voorstelling over probleem Y door theatergroep Z. Naast het tekort aan financiële middelen is er tenslotte ook een groot gebrek aan training en scholing. Er is in Mutare geen theaterschool of theaterdocent te vinden. Daarnaast zijn de laatste vijf jaar alle kunstvakken, die toch al vrijwillig waren, uit de scholen verdwenen. Scholen lagen zo overhoop dat er niet meer gedaan werd dan het hoogstnoodzakelijk of sommige periodes helemaal niets. Mijn bezoek aan de groepen en projecten bestaat uit het bijwonen van een repetitie en een inventariserend gesprek over visies, idealen, de sector, ervaring, plannen, etcetera, etcetera. Op mijn zoektocht ontmoet ik prachtige sterke mensen die vechten en willen overleven en staan te springen om training om zich verder te ontwikkelen. Korte conclusie tot nu toe. De theatermakers die ik heb ontmoet zijn nieuwsgierig naar nieuwe methoden, maar tegelijkertijd is traditie ook zeer belangrijk. Theater is hoofdzakelijk een middel. Is het niet ‘good for your english’ dan is het wel ‘message passing’. Overal hangt een prijskaartje aan of ligt een vraag van iemand met geld aan ten grondslag. Er is hier een andere definitie van het woord professioneel. Ngomadzepasi en Shakespeare djambore Terwijl de leden zich een moment terugtrekken in de beerhall stroomt de hele buurt uit. Als de leden van de groep (8 jongens en 1 meisje) één voor één omgekleed weer de beerhall uit komen in niets dan een tijgervelletje constateer ik dat mijn wenkbrauwen ver omhoog gepositioneerd staan en mijn kaak ver naar beneden is gevallen. (Ga ik hier mee werken? Wat voor theater hebben ze dan in vredesnaam in gedachte?? Bestaat er ook zoiets als traditioneel theater in tijgervelletjes???) Ze beginnen. De dans bevat veel seksueel getinte bewegingen die alles behalve sensueel zijn of seksistisch opgevat moeten worden, maar dat maakt mijn ongemakkelijkheid er niet minder om. Zeker omdat ik alleen op een bankje zit en alles speciaal op mij wordt gericht. Overal om me heen zijn kinderen die ofwel de bewegingen kopiëren – en geloof me dat ziet er echt heel grappig uit – ofwel ze staan mij als white person aan te staren. Dit beseffende zet ik mijn wenkbrauwen en kaak weer in een normale positie en probeer me op de dans te concentreren en mijn gedachte over wat voor training ik voor deze mensen moet ontwikkelen uit te schakelen. Het geruststellende antwoord op de vraagtekens die door mijn hoofd schoten is overigens dat traditionele dans puur ter entertainment is en het theater dat ze willen maken om het publiek iets te leren (met kleren aan). De voorstelling die ze willen maken moet educatief en grappig zijn, ‘waarschijnlijk iets over cholera’.
Nog geen dag later bezoek ik een ‘Shakespeare djambore’(letterlijk: alles op zijn kop met Shakespeare). Het is een festival door de Engelse ambassade georganiseerd en gefinancierd waar jongeren van diverse scholen een scène naar keuze uit het werk van Shakespeare vertonen. De opkomst is indrukwekkend. Er zijn een stuk of twintig scholen vertegenwoordigd, allemaal keurig en strak in hun uniformen. Bijna iedere school heeft de scène met de drie heksen uit Macbeth gekozen en dus zie ik tien varianten van When shall we three meet again? In thunder, lightning or in rain? When the hurlyburly’s done, when the battle’s lost and won, that will be ere the set of the sun (ha ha ha)... Drie dagen daarvoor nog ging mijn telefoon. Ene Mr. Sithole van Mutare Girls High. ‘Over drie dagen is het festival en we komen er niet uit’. Ze hadden gehoord dat er een‘theaterspecialist’ uit Nederland was. Of ik alsjeblieft nu kon komen. God zou me dankbaar zijn. Aangezien mijn handen toch al jeukten en alle drie mijn afspraken die dag om mysterieuze redenen waren afgezegd heb ik ze dus wat op weg geholpen. De betreffende begeleidende docent wist niet waar of hoe hij moest beginnen, hij had nog nooit dramales gegeven... |
Cultuur - Theater
Annette de Ruiter Begin maart kreeg ik van een vriendin de vacature voor ‘theaterontwikkelaar te Mutare’ doorgestuurd. De dag erna kreeg ik hem van een collega in mijn inbox. De dag daar weer na kwam ik hem zonder er naar te zoeken zelf tegen op het internet. Alhoewel ik ergens altijd al een keer naar Zimbabwe wilde, maakte alle negatieve aandacht in de media mij niet echt warm voor een bezoek. Ik kan met zekerheid zeggen dat ik niet op zoek was naar deze vacature of een baan in Zimbabwe. Des te groter was dientengevolge wel mijn interesse toen deze vacature mij via meerdere wegen steeds maar weer bereikte. Ik had niet veel tijd om nog verder na te denken of te fantaseren over of ik de theaterontwikkelaar was die naar Mutare zou gaan. De deadline om te reageren was al te dichtbij. Het enige dat ik kon doen was gewoon reageren en wel zien wat er zou gebeuren. En zo zat ik een paar dagen later in een solliciatiegesprek op het kantoor van de Stedenband. Dezelfde dag nog kreeg ik een telefoontje dat ik uitgenodigd was voor een volgend gesprek bij ICCO. En die middag ging mijn telefoon met het bericht dat ik het was geworden. ‘En, heb je er zin in?’ vraagt degene die me het heugelijke nieuws brengt. Ik stamel en brabbel wat van “ ja, ik denk het, ik weet niet, ik besef het nog niet echt. Goh dit gaat wel snel. Een week geleden pas schreef ik jullie mijn brief..., maar zin eh, ja. Ja. Ik geloof het wel, ja.’ Een periode van veel inlezen en heel veel gesprekken met mijn vrienden en collega’s volgde. Mijn zin groeide met de dag. Met name de mensen die Mutare vaker bezocht hebben maakten dat ik mijn twijfels over een verblijf ihkv de negatieve ontwikkelingen in het land in een ander licht ging zien. In plaats van NU, NAAR ZIMBABWE?, werd mijn gevoel steeds sterker JUIST NU NAAR ZIMBABWE! Juist in deze tijd waar in Zimbabwe weer een beetje ruimte is voor hoop, waar weer nagedacht wordt over een betere toekomst. Die ruimte moeten kunstenaars ten volste bezetten en van zich laten horen. Kunst kan een grote bijdrage leveren aan denkbeelden en acties in deze ‘vrije ruimte’. Theater is prachtig omdat het als medium in staat is op creatieve prikkelende wijze het leven te vieren, er op te reflecteren, misschien zelfs te veranderen. Maar ook voor troost en nieuwe perspectieven. Theater brengt mensen samen en zet mensen tot denken. Ik vind dat mooi. Ik ben blij dat ik die theaterontwikkelaar uit de vacature ben. Misschien is het nog een wat vaag begrip, theaterontwikkelaar? Wat doe je als je theater ontwikkelt? De functieomschrijving is breed opgezet. De uitzending is tot stand gekomen in samenwerking tussen ICCO en de Stedenband Haarlem-Mutare
Amsterdam, 15 juli 2009 Zimbabwe? Zimbabwe! In dit land, dat zowel vraagtekens als uitroeptekens oproept, zal ik de komende zes maanden wonen en werken. Via de Stedenband Haarlem-Mutare en ICCO werk ik ter plekke voor hun lokale partner Local Action 21 met kunstenaars en artiesten uit de stad Mutare. Op deze weblog zal ik mijn belevenissen proberen bij te houden. Mutare, 18 juli 2009 Amsterdam - Mutare Mijn eerste indrukken van Afrika doe ik op het vliegveld op. Vage kantoortjes met ‘government vips only’ of ‘senators only’ of op een zeer druk kruispunt: ‘watch out for things falling’. Dan, achter de visumbalie en douane ‘gezag in pak’ en in broekzakken verdwenen tientjes. Slechts de helft van onze koffers is aangekomen en we zien al snel een hele lange rij met lotgenoten bij de balie die omschreven wordt als ‘ balie voor kwijtgeraakte of beschadigde bagage’. Een uur, drie formulieren en vijf stempels later mogen we de volgende dag terugkomen. Cees Meijer, een Nederlander die al sinds jaar en dag in Zimbabwe werkt voor de Stedenband Haarlem-Mutare, komt ons ophalen van het vliegveld. Hij had niet anders verwacht, haalt zijn wenkbrauwen op en heeft gelijk een nieuw plan. Hij had zijn tandenborstel al mee. Hij brengt ons dus in plaats van naar Mutare naar een hotel in Harare de hoofdstad en kan zelf ook ergens terecht. We verlaten het vliegveld waar, hoe kan het ook anders, het statige portret van meneer de president in zijn jonge jaren ons vanuit zijn gouden lijstje welkom in Zimbabwe wenst. Dank u. ’s Avonds belanden we op een braai (Afrikaanse barbecue) waar een band zou spelen onder de titel Mr cool, maar Mr cool was mysterieus onvindbaar en misschien was het stiekem wel de dj? Wie zal het zeggen. Iedereen heeft een ander verhaal en zo gaat dat dan. Een Zimbabwaan zegt op zo’n moment ‘Welcome to Zimbabwe’ en begint over het algemeen hard te lachen. De volgende ochtend blijkt in hetzelfde hotel het Ajax van Zimbabwe te zijn ondergebracht. Maar wij krijgen meer aandacht dan het hele elftal. De aandacht konden we goed gebruiken bij het telefoontje naar het vliegveld om te checken of onze koffers waren gearriveerd. Op het formulier staan namelijk veertig getallen die in schijnbaar ontelbaar veel verschillende combinaties tot een telefoonnummer omgevormd kunnen worden. Met behulp van drie man personeel en het inzetten van verschillende telefoons hadden we na een uur iemand aan de lijn die over de vijf vermiste stukken zij: “yes of course, the red one is here! Thank you goodbye.” Met onze stempels gaan we terug naar de balie waar alles aangekomen blijkt. Ook onze fietsen. Want jawel, ik heb geen auto maar een ‘fiets van de zaak’ meegekregen. We lopen weer onder het portret door naar de uitgang om nu toch echt naar Mutare te rijden. Een tocht van ongeveer vier uur waarin ik Zimbabwe aan me voorbij zie schieten. Onderweg zien we onder meer een aap, een vrouw met een krat cola op haar hoofd, huppelende kinderen met veel te grote of kleine schooluniformen die ons giechelend toe (of uit?) lachen, prachtige bergen, een giraf achter een hek, potholes potholes en nog meer potholes (gaten in de weg), zwaaiende mensen die ons van kilometers afstand toeroepen “hi how are you”. Ik ben in Afrika, moge dat duidelijk zijn. Maar echt beseffen doe ik het gek genoeg nog steeds niet. We komen aan op de Christmas Pass. Deze hooggelegen slingerende weg leidt ons naar het dal waarin de stad Mutare ons met veel glimlachende mensen lijkt te verwelkomen. Na een rondleiding door de stad komen we aan bij ons huis in Marlbourough Court, een appartementencomplexje op een heuvel. Ons balkon heeft uitzicht op het centrum van de stad en daarachter de Vumba mountains die Zimbabwe van Mozambique scheiden. Mijn uitzicht is mooier dan ik me had kunnen wensen. Ik breng de avond door op het balkon met Lara. Lara is mijn huisgenoot en tevens uitgezonden door dezelfde organisaties, ze richt zich op een gezondheidszorgprogramma. We trekken een 'lion’ open, het Zimbabwaanse biertje smaakt me goed. We proosten op ons verblijf hier. Het voelt goed. Ik droom over giraffen die niet in een theater passen. Dag Amsterdam. Hello Mutare. Mutare, 30 juli 2009 Hello Mutare Zimbabwe is duidelijk in Engelse handen geweest. Vlak naast mijn huis staat bijvoorbeeld nog het Courtauld Theatre: een klassiek Engels theater. Het is de afgelopen tien jaar bijna niet meer gebruikt, op de bar na.
Het grootste gedeelte van de bevolking van Mutare woont in de ‘suburbs’ van de stad. Deze liggen redelijk ver buiten de stad (zodat de Engelsen er vroeger niet de hele tijd mee geconfronteerd werden). De huizen zijn klein en de families groot. We bezoeken onder andere een van de ex-schoonfamilies van David en zijn eigen ieniemienie-onderkomen. Overal krijgen we thee en vieze koekjes. Omdat het zondag is – en iedereen gelovig – is iedereen op zijn eigen manier met het geloof bezig. In kerken, op pleinen, basketbalveldjes of onder bomen komen zien (en horen) we bij elkaar gekomen mensen. In de huizen die we bezoeken wordt erover nagepraat en gediscussieerd. Voor mij als ongelovige is dit het moment dat ik maar wat met de kinderen ga spelen. Dit blijkt de beste manier om De vraag te vermijden. Een leven zonder geloof is voor hen onvoorstelbaar. Aan het eind van de dag ploffen we neer we op de bank bij de familie van Joseph die ook voor de stedenbandprojecten werkt op het gebied van sport. De deur wordt letterlijk plat gelopen door collega’s, buren, kinderen van ik weet niet wie. De televisie staat aan, iedereen is aan de buis gekluisterd voor het World Wrestling Tournament, of zoiets. Het is worstelen zonder regels waarbij buiten de ring de worstelmannen en vrouwen door de tribune geketst worden, benen gebroken en hoofden tegen muren worden gebonkt. Het is nogal populair in Zimbabwe. En na een bezoek aan de kerk op zondagochtend is dit het favoriete entertainment voor menig Zimbabwaan voor de zondagmiddag. Als het worsteltoernooi afgelopen is wordt er gekeken naar ‘The biggest looser’. Wie verliest met veel zweet en drama de meeste kilo’s. Oef. Bijna net zo verschrikkelijk dus. Ik ben blij dat in mijn huis geen televisie staat. Een groot gemis volgens velen hier... Collega’s van Local Action 21 lopen in en uit. Ik ontmoet Keaven, hier op deze bank.. Keaven is dichter, acteur, theatermaker en danser en ik zal de komende maanden nog veel met hem samenwerken. Ik kijk vol verwondering naar mijn nieuwe collega’s die van deze verschrikkelijke programma’s zitten te genieten en vraag me af wat me te wachten staat de komende maanden. Ondertussen krijg ik iets te eten voorgeschoteld dat ik niet helemaal kan definiëren en komen kinderen uit de buurt stiekem door het raam gluren om in een keihard lachen uit te barsten en dan nog meer kinderen te halen die dan nog harder lachen. Als murungu / white person op de bank bij Josephs familie blijk ik een bezienswaardigheid voor de buurt, met name voor de kinderen. Die vinden mijn witte hoofd blijkbaar hilarisch. Als ik ook maar iets zeg of omkijk dan krijgen ze soms de slappe lach of beginnen ze te springen, gillen of rennen ze weer weg. Dit geldt overigens niet voor sommige baby’s. Ik heb al een paar keer gehad dat een baby het van schrik op een krijsen zet. In dat geval beginnen de ouders dan weer keihard te lachen. De rest van de week wordt het meer officiële gedeelte van het ‘shaking hands’ voortgezet. Met een delegatie van zes man gaan we van de town clerk naar de burgemeester, van de directeur van de Arts Council naar de directeur van het museum en de directrice van de National Arts Gallery en nog een handjevol mensen die iets betekenen hier. Deze bezoekjes vinden over het algemeen plaats in kleine donkere kantoortjes met altijd het wettelijk verplichte portret van de president aan de muur. Meestal zijn er niet genoeg stoelen voor de hele delegatie en word ik op een stoel gezet voor het grote bureau van de belangrijke persoon in kwestie en staat de rest van de delegatie achter me. Er wordt keer op keer een zeer officieel moment van gemaakt met uitwisseling van beleefdheden en beloftes. Telkens wordt weer benadrukt dat ik op het goede moment ben gekomen. Het gaat nu beter met Zimbabwe en het zal alleen maar beter kunnen gaan. Om dit te illustreren wordt dan meestal gezegd dat de schappen van de supermarkt weer gevuld zijn en de rijen verdwenen. Over politiek wordt nooit openlijk gesproken (of geschreven…). Mijn collega’s geven me week ook presentaties van de vijfjarenplannen die zijn opgesteld. Na mijn ‘zondagse ontmoeting’ ben ik positief verbaasd over de ambitieuze plannen, de professionele insteek en de omvang van de lopende projecten. Dat neemt niet weg dat de werkcultuur van Zimbabwe ronduit onvergelijkbaar is met Nederlandse gewoontes. Er is hier vaker geen computer dan wel, er is sowieso geen internet, afspraken worden over het algemeen op de dag zelf gemaakt en iedereen laat zijn werk vallen als er iets tussen komt. Iedereen heeft stapels papier op zijn bureau en vergaderingen gaan gepaard met een gebed, thee en koekjes en duren vaak minimaal 2 uur (en een uur voordat iedereen er eindelijk is). De Zimbabwaanse begroeting bestaat uit een keuze uit vier ‘hand shakes’. Eén voor oudere mensen voor wie je respect heb, één voor gelijken, één voor jongeren onder elkaar en één om cholera te voorkomen of als iemand je tijdens het eten wil begroeten. Dit gaat gepaard met de vraag die je de hele dag door aan iedereen stelt: ‘Hi how are you?’. En iedereen antwoordt: ‘Fine. Thank you. And you?’. Ook als je in een supermarkt wilt vragen of ze bijvoorbeeld koffie verkopen, dan vraag je eerst aan de medewerker ‘how are you?’ Als je in je in je haast, zoals ik in mijn wanhopige zoektocht naar koffie, deze openingsfrase overslaat krijg je het volgende: Do you sell coffee? Fine Thank you. Hoewel je antwoordt op de vraag ‘Hi how are you?’ standaard ‘I’m fine is’ – want die supermarktjongen wil hopelijk toch niet echt weten hoe het met je gaat – heb ik nog niet één keer stiekem gedacht dat er iets niet ‘fine’ is met me. Het gaat goed. Echt goed. Ik ben nu ruim twee weken in Mutare en deze stad voelt nu al aan als een groot dorp. Na deze periode van kennismaken, handjes schudden, rondleidingen en inlezen zit ik nu in de fase van bezoekjes aan theatergroepen en projecten en plannen maken. Ik kan niet anders concluderen dan dat je je in Zimbabwe niet anders dan welkom kunt voelen en uitkijken naar de vijf en halve maand die me nog rest.
|

De jacaranda’s staat sinds twee weken volop in bloei. Mutare is veranderd in een lila-paarse stad. Dit is niet alleen een feest het oog, mijn buurjongetjes beleven er ook bijzonder veel plezier aan. Vanochtend stonden ze gierend en gillend onder de boom om zo veel mogelijk blaadjes te vangen. Ik blijf even staan, en besef dat de glimlach die zich op mijn bezwete gezicht nestelt er een is die een tijdje blijft. Ik vervolg mijn wandeling. Ik neem de short cut. Ik klim over het hekje de tuin in van het gemeentehuis. Het uitgesleten paadje verraadt dat heel Mutare deze short cut heeft ontdekt. Ik passeer de vrouwen in de blauwe overals die in groepsverband deze tuin van het stadhuis onderhouden. Het lijkt of ze dagelijks een wedstrijdje doen wie mij het eerst aan ziet komen. Ze zitten dan ook vaker op een steen, muurtje of in het gras dan dat ik ze echt zie werken. Ze vragen me of ik hun vriendin wil worden. ‘Tuurlijk’. 



