DreamcatchersDreamcatchers In 2007 is de Mutare Association for Performing In juni, juli en augustus 2010 is het thema van het project ‘Dromen’. Zowel dromen in de zin van fantaseren/ dagdromen als dromen tijdens de slaap. In een droom is alles mogelijk. Een droom voert ons naar een andere wereld, een andere werkelijkheid. Theater heeft ook deze kwaliteit. In een voorstelling wordt een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. Dromen zijn aaneenschakelingen van beelden. Door de droom als uitgangspunt te nemen, zal de voorstelling waarschijnlijk een sterk beeldend karakter en fysieke speelstijl gaan krijgen. Er wordt gewerkt vanuit werkelijke dromen, verwachtingen, nachtmerries, angsten, dagdromen van de deelnemers. Dit zal een gesprek opleveren over wat verwachtingen van de toekomst zijn. Hoop en angstscenario’s zijn beiden mogelijk en kunnen naast elkaar bestaan. Deze persoonlijke verhalen zullen gecombineerd worden met de dromen die gevonden zijn in de communities. Door collectief te dromen hopen we de eerste stap zetten naar een betere toekomst! Jansje Meijman en Joyce Timmerman |
Theaterworkshop MutareVerslag van de workshop van mei/juli 2010 Jansje Meijman en Jocyce Timmerman zijn van half mei tot eind juli in Mutare voor het theaterproject. Voor Jansje is het de derde en voor Joyce de tweede maal dat ze in Mutare zijn. Evenals de vorige keren gaan ze met lokale acteurs trainen en werken aan een voorstelling. Een update is altijd moeilijk. Ik kan je niet de geur meesturen die ik rook tijdens de rit van Harare naar Mutare (die typische houtgeur van alle kleine kookvuurtjes samen, die hier in de lucht hangt en aan de mensen kleeft). Ik kan je niet de fantastische rotsformaties laten zien, of de gekke aapjes die je eten stelen, of de baby’s die gedragen worden op de ruggen van hun moeder. Ik kan je (gelukkig) niet het zweet in de volgepropte busjes laten ruiken, of je het gezoem laten horen van die gruwelijk grote Zimbabwaanse wespen genaamd ‘magos’. En ik kan je niet het tempo laten voelen van dat rustige lopen, wat acuut mijn Hollandse schouders ontspant. Maar goed, een poging tot een update dan! We zitten hier heel goed. Marlboro Court is het appartement van de Stedenband Haarlem-Mutare en een superfijne plek. Het is mooi weer en vanaf ons balkon kijk ik uit over de hoge, mistige bergen die Zimbabwe van Mozambique scheiden. Beneden me struinen mensen met Afrikaans tempo over de wegen van Mutare. Soms zwaait een kind naar ons en benoemt ons, zodat we het niet vergeten: ‘murungu!’ Want dat zijn we: de blanken, de Europeanen. Die meiden uit Holland die iets met theater komen doen. Die soms een zonnebril dragen, die zich insmeren, die zich druk maken over de tijd. We zwaaien maar gewoon terug en giechelen met ze mee. We zitten hier nu ongeveer twee weken en dit balkon is mijn thuishaven. De vliegreis, via Addis Abeba, verliep soepel. We schrokken natuurlijk wel, toen we hoorden van het neergestorte vliegtuig. Het openmaken van de koffers op Harare Airport verliep halfslachtig, waardoor ons teveel aan dollars gelukkig We hebben nog meer geluk: één powercut per week! We hebben zelfs warm water. Omdat we vlakbij het gemeentehuis en het politiebureau zitten, mogen we meegenieten van hun bevoorrechte positie. In de townships hebben ze elke dag een powercut, meestal van 17.00 uur tot 21.00 uur, precies tijdens het avondeten. Hoeveel honger je hebt, bepaalt dan of je een dutje gaat doen tot het licht weer aanschiet, of dat je buiten een vuurtje gaat maken. Er gaan geruchten dat het tijdens het WK erger gaat worden, omdat Zimbabwe een deel van haar stroom kwijtraakt aan Zuid-Afrika. We zullen zien… De voorbereidingen voor de theaterprojecten zijn rustig begonnen. In tegenstelling tot voorgaande jaren, waarin we direct halsoverkop aan de slag moesten vanwege de beperkte tijd. We hebben een korte vergadering gehad op woensdag met een meneer van het Zimbabwaans cultuurfonds. Het ICHYPPA Festival, een theaterfestival voor en met kinderen, vond hij een prachtig initiatief. ICHYPPA is door Zimbabwanen hier in Mutare opgericht en wij zijn zijdelings betrokken en helpen mee met het organiseren van het festival. Verder hebben Jansje en ik onze eerste gesprekken en vergaderingen met de betrokkenen hier over het Stedenband Theater Project. We gaan in twee Mutarese townships community theater maken, in Dangamvura en in Hobhouse. Vorig jaar werkten we in een theater in het centrum, nu willen we echt de wijken in, zodat we meer mensen bereiken. De projecten beginnen met een ‘padare’, een bijeenkomst van de mensen in de township waarin gesproken wordt over ‘hot issues’. De laatste hot issue in Dangamvura is bijvoorbeeld het afbranden van een huis door een zogeheten ‘goblin’, een kabouter/geest die van gedaante kan veranderen. Goblins kunnen je ontzettend rijk maken, maar ze voeden zich vaak met bloed of willen (vijf keer per dag) vrijen met je dochter. En soms kunnen ze zich dus tegen je keren. Je koopt een goblin in Zuid-Afrika, op speciale markten, in de vorm van bijvoorbeeld een plant of een muis. De familie van het afgebrande huis in Dangamvura verblijft momenteel in een tent van het Rode Kruis… Dangamvura is een ontzettend grote township, met betere en mindere wijken. Hobhouse is een nieuwe township met veel jonge gezinnen en nieuwe huizen. Momenteel zitten we midden in de organisatorische voorbereidingen voor de twee community theaterprojecten. Met zowel Nederlandse als Zimbabwaanse stedenbandmensen hebben we een frisse, nieuwe opzet gemaakt voor het theaterproject, zodat we aansluiten op de wensen vanuit de gemeenschap hier. Ik heb zin om te beginnen met repeteren en hoop dat alles zal lukken! Het gaat iets beter in Mutare. De winkels liggen vol, al is het ontzettend duur voor de gewone man. Er rijden veel meer auto’s dan de eerste keer dat ik hier kwam in 2007, toen was er amper benzine. De enorme rijen voor brood en melk zijn weg. Wel zijn er nog steeds kinderen die bedelen op straat. Sommigen zijn thuisloos, anderen worden erop uitgestuurd om wat bij te verdienen. Sommige van die kinderen komen uit de ‘rural areas’ van ver buiten de stad, wordt me verteld. Ik vraag me af hoe die reis eruit ziet, helemaal in je eentje, met niets of niemand bij je, behalve de kleren aan je lijf. We zien ook wat van de andere afdelingen van de Stedenband. Vandaag hebben we in Sakubva Stadion de uitkomst gezien van de uitwisseling op het gebied van sport. Het was een vrolijke en energieke ochtend, waarin schoolkinderen meededen aan een soort sportfestival. Gift, de man die gaat over de woningprojecten, heeft ons veel verteld en laten zien in Hobhouse. Zijn afdeling ‘Housing’ doet het behoorlijk goed. Er komt ook een bibliotheek in Hobhouse, dankzij ‘Lees Honger’. Jansje en ik hebben een dagje geholpen met het registreren van boeken, een flink karwei want het zijn er 14.000 in totaal! Etty, de toekomstige bibliothecaresse, heeft dus nog een flinke klus. Gift is iemand die van wanten weet. Sinds kort is hij ook algemeen coördinator van de Stedenband. Hij geeft ons direct wat wensen en gedachten mee die we kunnen gebruiken voor de opzet van ons theaterproject in Hobhouse. De weg naar Hobhouse was minder hobbelig dan vorig jaar, hoewel gaten in het wegdek altijd bij Zimbabwe zullen horen. Ieder gat in de weg lijkt wel een doorgang naar een andere wereld. Sommige zijn enorm. Ze worden ‘potholes’ genoemd. De auto’s slingeren gevaarlijk heen en weer, om ze te vermijden. Niemand blijft netjes aan zijn of haar kant van de weg, maar toch lijkt het een eigen logica te hebben. Ik vind ze wel iets hebben, die gaten. Sommige wegen zijn bijna maanlandschappen. Ik ken zelfs een volwassen man die, na een biertje teveel natuurlijk, erin viel en er naar eigen zeggen helemaal in verdween. Nog steeds houden de mannen hier erg van bier. Sommige dingen blijven hetzelfde! Afgelopen zaterdag in ‘Tops’ (ik noem het de Dangamvura Disco) heb ik weer volop kunnen genieten van allerlei vormen van vallen, lallen en in slaapvallen. In een donkere ruimte met snoeiharde muziek drinken mannen zich laveloos om vervolgens door het kraterlandschap naar huis te wankelen. De enkele vrouwen die er zijn, giechelen om ons. Zonder onze vrienden, of beter gezegd onze chaperonnes, zouden we hier niet kunnen zijn. Henry stelt ons voor aan de mensen die OK zijn (en steevast allemaal zijn ‘brother’). Finton adviseert ons over het aanwezige eten (vet met een beetje vlees). Archie staart wankelende aanbidders weg. En Allen blijft zelfs nuchter om in geval van nood fysiek grenzen aan te kunnen geven. Maar het valt allemaal reuze mee. De meeste mannen heten ons aangeschoten maar beleefd welkom, vragen of alles naar wens is, zeggen ons dat we veilig zijn en dat we iedereen die we kennen moeten laten weten dat deze ‘Dangamvura ghetto rules!’ Joyce Timmerman
|

